Menselijker, eerlijker en gezonder

Waarom ik mij kandidaat stel voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018.

Op 24 mei verkozen de leden van Groen mij als kopstuk voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Hier lees je mijn kandidatuur.

Foto gemaakt door Marc Duchateau

De afgelopen 5 jaar heel wat ervaring kunnen opdoen als gemeenteraadslid. Daar wil ik de komende jaren op verder bouwen. Ik wil al mijn kennis, connecties, competenties en vooral mijn engagement voor Brussel in de schaal leggen om ervoor te zorgen dat de ecologisten hun politiek gewicht verzilveren. Niet om vanuit de oppositie aan te klagen wat fout loopt. Nee, om binnen te breken in de meerderheid. Te tonen aan de Brusselaars dat het anders en beter kan. Om van Brussel een stad te maken die zuurstof geeft aan haar inwoners en hen laat meebouwen aan hun stad.

Brussel heeft de groenen nodig. De luchtkwaliteit is mijn eerste zorg. De doelstelling moet zijn om van de stad een plek te maken waar het beter wonen is dan in de periferie. Heel wat gezinnen kiezen bewust om te komen wonen in de stad, nog een pak meer hebben geen keuze. We moeten durven springen en inzetten op een radicaal mobiliteitsbeleid. We gaan het anders en beter doen. Van de auto maken we de uitzondering. Het openbaar vervoer, de fiets, wandelen en het autodelen de regel.

Hoe wil ik dat realiseren? De Brusselaars en pendelaars massaal stimuleren om hun auto aan de kant te laten staan. Meer nog, om hun auto weg te doen en in de plaats een financiële compensatie krijgen. Dat kan in de vorm van een abonnement voor het openbaar vervoer, autodelen, villo, etc. Brusselaars die hun buren ook zover krijgen, kunnen in ruil een budget krijgen om hun wijk te verfraaien en de vrijgekomen parkeerplaatsen anders in te vullen. De financiering gebeurt met inkomsten uit extra belastingen op parkeren. Het heeft ook geen zin om meer bewonerskaarten uit te delen dan er plaatsen zijn. De publieke parkings brengen we geleidelijk aan terug onder het beheer van de stad. Elke cent die er via het parkeerbeleid aan inkomsten bij komt, gaat terug naar de burger.

Naar het voorbeeld van Gent wil ik een nieuw mobiliteitsplan invoeren dat de leefkwaliteit van alle Brusselse wijken verbetert van Louisa, de Europese wijk, over de Vijfhoek, langs Laken en Neder-Over-Heembeek tot in Haren. Zo’n plan heeft tijd en heel wat voorbereiding nodig. Een essentieel onderdeel ervan zal een Marshallplan voor fietspaden zijn.

Brussel heeft de groenen nodig. De manier waarop we aan politiek doen, moet anders en beter. Het eerste front tegen de opkomst van het rechtspopulisme en de antipolitiek is daar waar de overheid het dichtst staat bij de burger. Dat zijn de lokale besturen. We moeten durven springen en nieuwe manieren van politieke besluitvorming ontwikkelen en uittesten. We mogen niet bang zijn om de bal af en toe mis te slaan. Daarvoor wil ik de dienst participatie laten uitgroeien tot een dienst die zoals de dienst financiën overal mee in betrokken wordt. Of het nu gaat over het inrichten van een speelplein achter de hoek, of een nieuw handelsplan voor de Stad. De Brusselaars moeten weten wat er in hun stad gaande is en moeten kunnen wegen op de besluitvorming. Het gaat verder dan dat. We gebruiken dat stad als een laboratorium voor de democratie van morgen en zetten projecten op waarbij gewerkt wordt met loting, wijkbudgetten en de invoering van een bestuursniveau dat dichter staat bij de inwoners, zoals de districten. Het stadsbestuur is niet de enige die bouwt aan Brussel. Er zijn heel wat (tijdelijke) initiatieven die mensen samen brengen en bouwen aan onze stad van morgen.

Brussel heeft de groenen nodig om in Brussel een nieuwe economie uit te bouwen. Dat zal een maak- en deeleconomie zijn. Een eerste grote werf is mobiliteit. Als wij willen dat we ons op andere manieren gaan verplaatsen, dan moeten we nieuwe diensten ontwikkelen om die nieuwe economie vorm te geven, zoals fietsherstelplaatsen, koerierdiensten voor mensen met een beperkte mobiliteit of voor winkels met een beperkte bereikbaarheid. De jongeren zijn de toekomst, maar belanden na hun studies in de werkloosheid. Om dat gat van de werkloosheid te overbruggen moet er een soort “House of failure” komen. Een fysieke ruimte waar jongeren hun competenties kunnen ontwikkelen. Een soort Greenbizz, maar dan voor mensen in plaats van bedrijven.

We zouden dit allemaal mooi kunnen opschrijven in een programma, maar dat verandert bitter weinig. Beter is om de handen uit de mouwen te kunnen steken in de volgende Brusselse meerderheid.

(wordt nog aangevuld)